Veel later, ten tijde van Philips de tweede , was de staatskas vrij leeg door al de oorlogen welk Spanje had.

Niet enkel in De Nederlanden maar ook met Engeland en Frankrijk en dus begon men stukken land met boerderijen te verkopen. Zo dus ook de boerderij met land genaamd Colmenar. Deze landerijen wisselden door de eeuwen van eigenaar maar nadat ene Gómez de Cohalla het in 1777 verwierf groeide het pas echt uit tot een gemeenschap en werd het zelfs in 1814 vermeld alas belangrijkste dorp in de regio. 

Het huidige dorp ligt op een heuvel waarbij de kerk ( gebouwd in 1556 ) vrij hoog ligt en om daar te komen men toch wel aardig moet "klimmen" door de smalle nauwe straten.  Vandaag de dag leeft de bevolking hoofdzakelijk van de landbouw en is het een vrij rustig typisch andalusisch dorpje niet te ver van de grote stad Malaga maar ook Antequera is niet ver weg.