De Tartessische koningen dreven intensief handel met de Britse eilanden. Ook onderhielden zij nauwe contacten met mediterrane zeevaarders zoals de Grieken en de Feniciërs. Aangetrokken door de rijkdommen en het milde klimaat stichtten de Feniciërs invloedrijke kolonies aan de Andalusische kust:

De Romeinse bloeiperiode in Hispania Baetica

Aan de vreedzame handelsrepubliek van Tartessos kwam een einde door de expansiedrift van de Carthagers. Na de roerige Punische Oorlogen grepen de Romeinen definitief de macht in het Middellandse Zeegebied. Zij vormden het huidige Andalusië om tot de welvarende Romeinse provincie Hispania Baetica. Deze naam verwees naar de grote rivier de Baetis, die we tegenwoordig kennen als de Guadalquivir.

Hoewel Romeinse structuren de oude Iberische cultuur grotendeels uitwisten, profiteerde de regio optimaal van de Pax Romana. Baetica groeide uit tot de graanschuur en de schatkamer van het Romeinse Rijk. De provincie exporteerde gigantische hoeveelheden olijfolie, metalen, wijn en graan. Bovendien was Baetica de bakermat van de beroemde filosoof Seneca en de invloedrijke Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus. Belangrijke Romeinse steden in Andalusië floreerden:

De komst van de Vandalen en de Visigoten

Vanaf de 5e eeuw raakte het West-Romeinse Rijk in verval. Dit luidde de migratie in van grote groepen Noord-Europese volkeren naar het zuiden. De Vandalen en de Visigoten vestigden zich in het gebied. Volgens een bekende taalkundige theorie danken we hier de naam Andalusië aan. Het gebied werd door de Vandalen Vandalucia genoemd. Een andere theorie wijst naar het Gotische Landa-Hlauts (kavels), wat later door de Moren werd verbasterd tot Al-Andalus.

De Visigoten stichtten het eerste verenigde koninkrijk in Hispania. Zij namen de Romeinse cultuur en het christelijke geloof grotendeels over. Een sleutelfiguur uit deze overgangsperiode was bisschop San Isidoro van Sevilla. Zijn encyclopedische meesterwerk Etymologiae vormde een essentiële brug tussen de klassieke oudheid en de vroege middeleeuwen, waardoor antieke denkwijzen en geschriften voor de toekomst bewaard bleven.