De periode waarin Bobastro werd gesticht, was een uiterst turbulente en woelige tijd voor het machtige Emiraat van Córdoba. In het zuiden van Spanje ontstonden grote interne spanningen tussen verschillende sociale en etnische bevolkingsgroepen, zoals de berbers, de Arabische elite en de mozaraben (christenen onder islamitisch bestuur). De toenmalige leiding in Córdoba was politiek en militair niet opgewassen tegen de groeiende onvrede en de vele opstanden die overal in het land de kop opstaken.
Wie was Omar ben Hafsún? De briljante militaire strateeg
De eerder genoemde Omar ben Hafsún zag in deze chaos zijn kans schoon. Hij besloot openlijk te rebelleren tegen de emir van Córdoba, die op dat moment zijn handen al vol had aan de vele andere gebieden die zich probeerden af te scheiden van het centrale emiraat. Ben Hafsún was geen gewone opstandeling; hij was een directe afstammeling van een adellijke Visigotische familie, waarvan de grootvader zich uit strategische overwegingen had bekeerd tot de islam. Hij stond bekend als een briljant militair strateeg met een enorm charisma, waardoor hij snel een groot leger van ontevreden boeren en ridders om zich heen wist te verzamelen.
In eerste instantie probeerde de emir de opstandige leider te sussen. In het jaar 888 werd Omar ben Hafsún door Córdoba zelfs officieel benoemd tot gouverneur van de provincie Málaga. Na meerdere politieke onenigheden en hernieuwd wantrouwen met de emir, moest hij echter al snel weer vluchten. Samen met zijn familie, trouwe soldaten en metgezellen trok hij zich terug in de onherbergzame bergen van de Serranía de Ronda. Hier, op een strategisch plateau op meer dan 600 meter hoogte, stampte hij de burchtstad Bobastro uit de grond.
De 50-jarige guerrillaoorlog tegen het Emiraat van Córdoba
Vanuit deze hooggelegen, natuurlijke vesting voerde Omar ben Hafsún maar liefst vijftig jaar lang een felle guerrillaoorlog tegen de legers van het Emiraat van Córdoba. Het doel was simpel: het territorium van de opstandelingen uitbreiden en de macht van de emir ondermijnen. Op het hoogtepunt van zijn macht controleerde Ben Hafsún vanuit Bobastro grote delen van de huidige provincies Málaga, Granada, Almería en Cádiz. Door de heersers in Córdoba werd hij logischerwijs gezien als een staatsgevaarlijke terrorist en een grote bedreiging voor de islamitische staat – een term die destijds in de praktijk dus ook al bestond.
Tussen alle bloedige strijd door nam Omar ben Hafsún in het jaar 899 een radicale en verrassende beslissing: hij bekeerde zich tot het christendom en nam de naam Samuel aan. Direct na zijn bekering gaf hij opdracht tot de bouw van een grote kerk, die op unieke wijze in zijn geheel uit de massieve rotsen werd uitgehouwen. Deze rotskerk van Bobastro is vandaag de dag de enige kerk in heel Zuid-Spanje die is gebouwd in de zeldzame Mozarabische bouwstijl, wat het een uniek architectonisch monument in Andalusië maakt.

De fatale bekering en de uiteindelijke vernietiging van Bobastro
Historici vermoeden dat Omar ben Hafsún zich voornamelijk tot het christendom bekeerde om militaire en politieke steun te krijgen van de toenmalige christelijke koning Alfonso III van Asturië. Die felbegeerde hulp kreeg hij echter nooit. Sterker nog: de bekering bleek een tactische blunder te zijn. Door zijn overstap naar het christendom verloor hij direct de cruciale steun van vele omliggende islamitische steden en bondgenoten, die tot dan toe trouw met hem hadden meegevochten tegen Córdoba, maar weigerden een christelijke leider te dienen.
Nadat Omar ben Hafsún in 917 in Bobastro stierf, werd hij begraven in zijn geliefde rotskerk. Zijn zonen zetten de bittere strijd tegen de Moren voort, maar het einde was nabij. In het jaar 928 zette de machtige en meedogenloze kalief Abd-al-Rahman III de definitieve aanval in. Na een lange belegering nam hij Bobastro in. De stad werd als vergelding tot de grond toe afgebroken en volledig vernietigd om de herinnering aan de rebellie uit te wissen. Het lichaam van Ben Hafsún werd opgegraven en alsnog gekruisigd in Córdoba.
Praktische informatie voor je bezoek aan de ruïnes
Hoewel er door de totale vernietiging in de 10e eeuw vandaag de dag relatief weinig over is van de eens zo machtige stad, zijn de indrukwekkende restanten van de in de rotsen uitgehouwen Mozarabische kerk nog altijd grotendeels intact. De site is tegenwoordig open voor toeristen en biedt, naast een flinke dosis geschiedenis, een adembenemend uitzicht over de omliggende bergen en de Guadalhorce-vallei.
Bij de ingang bevindt zich een klein bezoekerscentrum waar je tickets kunt kopen. Het terrein is ruw, steil en bestaat uit onverharde, rotsachtige paden. Het is daarom absoluut noodzakelijk om stevige wandelschoenen te dragen. Vanwege de uitdagende ligging in de natuur is de archeologische vindplaats helaas niet geschikt voor kinderwagens of reizigers die slecht ter been zijn.
Zorg er ook voor dat je voldoende drinkwater meeneemt, aangezien er op de berg zelf geen horecavoorzieningen zijn.